Inleiding

inleidingDit bedrijf is een echt gezinsbedrijf, d.w.z. we wonen er, we werken er, de kinderen spelen op het erf en in de stallen en en passant, zo lijkt het althans voor de passanten, verdienen we er ook nog ons brood. Alle dagelijkse werkzaamheden doen we zelf, we hebben geen personeel.

De gebouwen staan in Leuth, een mooi dorp tegen de Duitse grens, nabij de Ooijpolder. Wanneer je onze 30 ha grond afstruint, loop je een heel stuk langs de landsgrens. Het is daar rustig, weids en beschut tegelijk, hoe krom dat ook klinkt. Weids, vanwege het polderland dat zich uitstrekt onderaan de stuwwal Nijmegen-Kleve en waar we in de verte dus op uitkijken. En beschut omdat de hagen, de wilgen, de essenbomen nooit ver weg staan te ruisen. Maar het is er vooral erg rustig. En dat houden we graag zo.
De poldernatuur is er in volle glorie. Er spelen hazen en reeën, een havik speurt de grond af, veldleeuweriken vliegen op, een reiger klapwiekt voornaam weg. In de slootkanten en onder de hagen barst het van de plantensoorten. In de late herfst, winter en voorjaar hebben we duizenden gasten: ganzen!
Sinds het voorjaar van 1996 werken we met een EKO-licentie. Kort gezegd, geen kunstmest gebruiken, geen chemische gewasbeschermingsmiddelen (niet spuiten dus), koeien verplicht in het weideseizoen naar buiten en veel aandacht voor welzijn en gezondheid van dier en bodem. Meer hierover vindt u op de sites van SKAL en Biologica.

Horens

mist-fotoIn het najaar van 2002 zijn we gestopt met het onthoornen van de kalfjes. Daar zijn een paar redenen voor. Ten eerste vinden we horens bij koeien horen. Als je niet onthoornt, groeien de koppen breder uit en krijgt het dier meer uitstraling. Het is ook gewoon mooier, een koe met horens. De derde reden is dat we ervan overtuigd zijn geraakt dat die horens en vooral de weefsels die erin zitten, een functie hebben. Niet alleen ter verdediging van het kalf en voor de plaatsbepaling in de rangorde, maar ook voor het evenwicht in het dier zelf. Hoe we het precies moeten omschrijven, weten we niet. Maar een koe met horens is doodgewoon méér koe.
Verder hebben horens vooral nadelen. Ook voor de koe zelf, wanneer ze in het gedrang komt. Voor de melkstal bijvoorbeeld of bij de drinkbakken. Ze kunnen er aardig mee uithalen, ook naar ons als veehouders. Goed voor onze conditie. Bovendien is de consequentie van de horens erop laten, dat je er een extra selectiekenmerk bij hebt: Karakter. Zelfs uit onze kleine koppel in onze ruime stal hebben we al een paar dieren laten vertrekken omdat ze te veel onrust veroorzaakten en veel verwondingen veroorzaakten. Vooral bij onze oudere koeien die nog onthoornd werden als kalf. En die verliezen dus meestal van een gehoornde vaars.
Aan het eind van elke dag hebben we twee keer spijt van ons besluit om niet langer te onthoornen en hebben we drie keer gezien hoeveel beter de koeien ogen mét.

Kenmerkende horens

horenshorenshorenshorenshorenshorenshorenshorens

Huisvesting

HuisvestingSinds de zomer van 2005 huist ons vee in een potstal. De dieren staan op stro wat dagelijks, of zo vaak als nodig is, wordt aangevuld. Ze hebben een comfortabel ligbed, staan gemakkelijk op en lopen zonder problemen de helling op naar het voerhek, waar ze hun voer vinden: kuilgras of hooi en twee keer per dag geplet graan (gerst) De grote ingestrooide ruimte, de pot, heeft ook als voordeel dat de leden van onze gehoornde koppel koeien elkaar de ruimte kunnen geven. Er kan, als in een natuurlijke kudde, respect betoond worden naar elkaar en dat scheelt heel wat gedonder en gejaag in de kudde. De ruige mest brengen we 1 á 2 keer per jaar op het land, waar het langzaam de voedingsstoffen af kan geven aan de bodem en gewas. We hopen daarmee het bodemleven te stimuleren, waardoor de opbrengsten van het land groter worden. Maar een belangrijk neveneffect zal wellicht zijn dat er een grotere rijkdom aan insekten, vogels en kleine zoogdieren komt. Hebben wij weer nog iets mooiers om naar te kijken als we op het land bezig zijn. Zolangzamerhand kunnen we aan de dichte graszode en de kruidenrijkdom wel zien dat dat wel goed zit.

Gezondheidszorg

GezondheidszorgHet vee krijgt van ons te vreten, we zorgen voor schoon drinkwater, beschutting en indien nodig, medische zorg. Wij “krijgen” in ruil daarvoor melk en vlees. Het is een verbinding die koppels koeien al eeuwen hebben met hun boeren.
Nu kan het gebeuren dat het niet zo wil met het dier, het produceert niet goed of wordt niet drachtig, loopt moeilijk, lijdt aan een ontsteking, er kan van alles met zo’n dier gebeuren. We laten het vee regelmatig controleren op een aantal dierziektes. Daar bestaan certificeringprogramma’s voor die de gezondheidsdienst voor dieren landelijk uitvoert. Middels bloed- melk- of mestonderzoek wordt gekeken of de dieren vrij zijn van antistoffen tegen een aantal virus- of bacterieziekten. Ons vee heeft de hoogst haalbare gezondheidsstatus die een koppel koeien in Nederland kan hebben: vrij van paratbc, salmonellose, IBR, BVD, Neospora enz. Dat willen we graag zo houden. We kopen dus nooit koeien of kalveren bij andere bedrijven, al ons rundvee is op ons bedrijf geboren en opgegroeid.

Een ander verhaal is het gebruik van diergeneesmiddelen. Al meer dan tien jaar zijn we bezig om homeopathische middelen toe te passen, wanneer de gezondheid van een dier te wensen overlaat. Dat is een lange leerweg, waarbij de begeleiding van onze dierenarts, John Pijnappel uit Nijmegen, onontbeerlijk bleek. Om met behulp van homeopathie dieren te genezen, moet je veel en veel beter kijken naar het dier dan wanneer je de reguliere kunstjes gaat toepassen. Het karakter van het dier, het ziekteverloop, het veranderende gedrag, allerlei factoren bepalen welk middel geschikt is.
Inmiddels gebruiken we sinds 2004 geen antibiotica meer. Dat vinden we dermate belangrijk dat we dat ook op de etiketten van onze producten vermelden.
En als een dier dan echt zo ziek is, dat er op homeopathische wijze niets meer te doen valt? Dan krijgt ze de benodigde reguliere geneesmiddelen. Wanneer ze weer opgeknapt is, zal ze worden verkocht. Onze producten zijn en blijven antibiotica-vrij!

Raskeuze

horensVan oudsher is onze veestapel zwartbont: Holstein Friesian. Een jaar of twaalf geleden zijn we gaan kruisen met Brown Swiss-stieren. Dan krijg je van die grote donkerbruine dieren, keiharde koeien die veel lactaties hun best doen voor ons. Een paar jaar geleden hebben we geëxperimenteerd met het jersey-ras: Kleine lichtbruine koetjes met een lief karakter, een goede voederconversie en hoge gehaltes. Wat weer erg handig is als je zelf kaas maakt. Maar helaas erfde het lieve karakter in onze veestapel niet over en werden het enorme krengen. Het merendeel van deze jersy-kruisingen heeft het erf reeds verlaten. We keren weer terug naar Brown Swiss en de HF en kiezen er een enkele rode stier bij.

De fokkerij is in beweging. Stieren zijn natuurlijk noodzakelijk voor de voortplanting. Maar u zult op ons bedrijf geen stier vinden die ouder is dan 14 dagen. We maken gebruik van KI. Een stier moet je behandelen als je beste vriend en vertrouwen als je ergste vijand, zeggen veehouders tegen elkaar. Maar iedereen kent wel iemand die door een stier (je beste vriend) verongelukt is of ernstig gewond geraakt. En talloos zijn de verhalen over collega's die ontdekten dat ze goddank veel behendiger, leniger, sneller en sterker waren dan ze ooit gedacht hadden en zodoende op het nippertje uit het hok konden klimmen of onder de hokafscheiding door weg konden rollen. Wij hebben geen behoefte aan dergelijke vermijdbare spanning, vijf kinderen grootbrengen is spanning genoeg in ons leven.
Inmiddels bestaat er een bio-ki-organisatie. Er wordt sperma gewonnen van stieren uit koeien die op biologische bedrijven leven en bewezen hebben dat ze in staat zijn tot hoge levensproducties met weinig ziektes of gebreken. Stieren uit oude koeien dus. Fokkerij op basis van levensproducties. Het spreekt ons aan.

Kalveren bij de koe

inleidingSinds de aanpassing van de stal in 2005, is het gemakkelijk om kalveren bij de koe te laten zogen. Kalveren die aangehouden worden voor de opfok kunnen een maand of drie bij de eigen moederkoe (of een ander die dat toelaat) melk drinken. In de zomer, als de koeien buitenlopen, krijgen ze daar twee maal daags een aantal uren rond het melken voor, in de winterdag, wanneer de dieren op stal staan, is er helemaal gemakkelijk toegang. Onze ervaring is dat de kalveren, naast de melk van de koe, ook al snel mee-eten van het kuilgras en de gerst. Wanneer ze rust nodig hebben, zoeken ze die zelf door zich af te zonderen. Als ze trek krijgen, bleren ze een keer, moeder meldt zich en het zogen kan beginnen. De kalveren groeien goed en ze worden goed verzorgd op natuurlijke wijze.
inleidingWe weten amper wat kalverdiarree is, navelontsteking of longontsteking komen niet voor. Het druist in tegen alle adviezen van de gezondheidsdienst, maar wat telt is het resultaat en dat zijn supergezonde, vitale kalveren. Er zijn twee nadelen. Ten eerste zijn de kalveren minder mak dan wanneer je ze met de hand uit de speenemmer laat drinken. En ten tweede: Na een maand of drie moet er gespeend worden en dat vinden kalf en koe niet leuk. Ze laten het luid horen. Het gaat wel over, maar leuk is het niet. Toch is het principe van een zuivelboerderij dat wij van de melk lekkere dingen maken, en dat het kalf niet eindeloos mag blijven drinken.

Natuur

We gebruiken geen kunstmest. Er worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt. Hier en daar hebben we hagen (laten) aanplanten en hier en daar hebben we al jaren niet meer gesnoeid. Dan groeit er van alles waar we niet van wisten dat het er kon groeien. Mooie struiken, lekkere struiken, lastige struiken. In het grasland, maar vooral in de slootkanten en perceelsranden groeien allerlei kruiden. Dat maakt het wat afwisselender in aanblik, het maakt het voer voor de koeien smakelijker. Soms moet je toch ingrijpen, bijvoorbeeld wanneer er lidrus of Jacobskruiskruid staat. Niet door te spuiten, maar door slepen en uittrekken. Dat gaat best goed. Er staan distels, zuring, paardebloemen, boterbloemen tussen het gras en de klaver. En nog andere kruiden, maar we kennen lang niet alles bij naam. Al die verscheidenheid heeft nog een ander groot voordeel. Daarbij gaan we ervan uit dat een koe niet gek is. En af en toe zien we zo’n niet gekke koe stilstaan bij brandnetels, of distels, of heggerank of braam. Ze zoekt even en kiest dan zorgvuldig een paar happen van die planten om haar eten mee aan te vullen. Waarom ze dat doen? Geen flauw idee, maar het zou zomaar kunnen dat zo’n koe zichzelf daarmee gezond houdt. Maar ja, als die planten er niet staan, hebben ze geen keuze.

natuurnatuurnatuurnatuurnatuur

Sinds enkele jaren staat er een ooievaarsnest op ons land. Al snel werd het in gebruik genomen en werd er succesvol gebroed. Het is een machtig gezicht, die grote vogels boven je te zien vliegen. Er is ook een nadeel: Jonge haasjes en konijnen, de broedsels van patrijs en fazant zijn ook prooidieren van ooievaars. Hazen hebben we gelukkig nog genoeg, maar onze vaste patrijskoppeltjes zijn verdwenen. Toch jammer.

Visie?

visieWij zijn niet van die visionairs. We hebben dit bedrijf gekocht om er te kunnen leven in een mooie omgeving en met de bedoeling om op een prettige manier ons brood te verdienen. Bovendien kunnen onze kinderen hier opgroeien zoals je het alle kinderen zou gunnen: hutten bouwen, grote zandbak, kikkers zoeken, slootje springen, skelteren zonder stoepranden. Nu de kinderen bijna het skelteren en de hutten ontgroeid zijn (slootje springen blijft leuk!) speelt een andere motivatie om dit hele circus te continueren een steeds grotere rol. We willen graag weten wat we eten! En waar dat vandaan komt, hoe het gemaakt wordt en of dat allemaal wel bijdraagt aan onze groei, in de ruimste zin van het woord. Toch prachtig dat we van die wens onze broodwinning hebben kunnen maken. En voor iedereen die beseft dat je ook door je koopgedrag de wereld kunt beïnvloeden: Onze winkel is er voor u!

Over eten

Zie ook: Zuivel → Voedingswaarde

Als je al jaren een winkel met eten runt, ga je je natuurlijk ook wat meer bezig houden met je eigen voeding. Sowieso hebben we in al die tijd ook veel geleerd van onze klanten: over koken, recepten, bewerkingen, voedingspatronen, allergieën enz. enz.

In het voorjaar van 2014 werd er in de pers geschreven over de voedingsrichtlijn die de Braziliaanse overheid heeft doen uitgaan. Een heel andere benadering van voeding dan die wij hier gewend zijn van “ons” voedingscentrum. Op een site van een vereniging van natuur-diëtisten vonden we deze vertaling. We vinden ze geweldig!

De voedingsrichtlijnen uit de "Guia Alimentar para a População Brasileira"

guia alimentar populacaoDe Braziliaanse voedingsrichtlijnen worden samengevat in drie "gouden regels":

  1. Maak verse en minimaal bewerkte voedingsmiddelen tot de basis van uw voedingspatroon.
  2. Matig het gebruik van olie, vetten, suiker en zout bij het bereiden van uw maaltijden.
  3. Limiteer het eten van kant-en-klare voedingsmiddelen en dranken.

Deze drie regels zijn universeel. Wereldwijd kan iedereen hier profijt van hebben. Ze zijn aangevuld tot tien aanbevelingen naar gezonde voeding:

  1. Eet regelmatig, met aandacht en in de juiste omgeving.
  2. Eet, waar mogelijk, in gezelschap van anderen.
  3. Koop voedingsmiddelen op plaatsen waar een variëteit aangeboden wordt in vers voedsel.
  4. Vermijd plaatsen waar kant-en-klaar producten worden verkocht.
  5. Leer koken, geniet van kookkunsten en deel ze met anderen. En plan tijd in om rustig en in een prettige omgeving te eten.
  6. Kies als u uit eten gaat voor restaurants die vers bereide gerechten serveren en vermijd fastfoodketens.
  7. Wees kritisch ten opzichte van commerciële reclames van voedingsmiddelen.

Daaraan zou nog iets toegevoegd kunnen worden. Maar nu volgt eerst een inleiding.

Heel, heel lang geleden volgden we de middelbare school. Het prachtigste vak was natuurlijk wiskunde, maar een goede tweede is aardrijkskunde. En dan met name de lessen over het ontstaan van landschappen, ecosystemen, biodiversiteit. Al herinner ik me die term niet zo. Het toeval wil dat ergens in die jaren ook het fietspad onder langs de Kapitteldijk werd aangelegd. Toen het eenmaal af was en we tijdens de dagelijkse fietstocht naar de school in Nijmegen daar onderaan de dijk op het prachtige fietspad in ieder geval niet meer van de sokken werden gereden door zandauto’s en forensen, genoten we van het uitzicht op de Ooijse Graaf. De strook grond tussen dat watertje en het fietspad was natuurlijk door de aanleg omgewoeld, aangereden door graafmachines en walsen, er lag hier en daar nog een bult zand of klei en zo werd het achtergelaten. En gedurende dat eerste jaar zagen wij schoolgaande fietsers (voor wie er oog voor had) telkens iets veranderen: Er schoten planten uit de grond, er kwam wat struikgewas, op een ochtend hoorde je opeens eens een kikker veel dichterbij dan anders enzovoort. Door flinke regenval bleven er aanvankelijk flinke plassen op het stuk staan, later nam de grond dat meer op, planten en beestjes hadden de aangereden vlakte doorlatender gemaakt. De diversiteit nam steeds meer toe. Bij harde wind stoof het zand niet meer, bij lange droge periodes bleef het op de schaduwplekken door de opgeschoten begroeiing toch wat vochtiger, als het plensde, werd niet alles ineens meer zeiknat. Kortom, het gebiedje werd door de toenemende soortenrijkdom steeds stabieler en minder gevoelig voor invloeden van “buiten”.

Op een keer werd er een flinke heg geplant en kon je het allemaal niet meer zo goed zien, dat was wel jammer.

Heel veel later op de supergangbare landbouwschool leerden we dat monoculturen de hoogste opbrengst geven, die je dan natuurlijk wel goed moet beschermen tegen plagen en ziektes. Want de monocultuur zelf heeft geen veerkracht, die is maar alleen. Ik moest tijdens die lessen altijd denken aan mijn mooie landje tussen fietspad en Ooijse Graaf.

En dan nu de sprong: Iets dergelijks durf ik ook wel te beweren over het spijsverteringsstelsel: Hoe gevarieerder je eet, van eten dat niet doodgekookt of superlang stabiel gemaakt, hoe groter de diversiteit in je darmflora en hoe beter je jezelf kunt verweren tegen “ aanvallen” die je lichaam tegenkomt. Er zijn wel eens tellingen uitgevoerd van de verschillende soorten bacteriën die in je darmen huizen en het is immens. Maar de verschillen in die aantallen tussen verschillende mensen ook. En het schijnt ook zo te zijn dat na het gebruik van antibioticum, je darmflora ook aardig gedecimeerd raakt. Fijn dat je infectie over is, op naar de volgende die je niet meer zelf de baas kan omdat je eigen afweer verzwakt is geraakt. Dus in alle bescheidenheid zou ik aan de voedingsadviezen willen toevoegen: Varieer!