Maart 2017

Wat ons zoal bezighoudt…

Februari is voorbij. Bijna 500 collega’s van ons gaven daarin te kennen dat ze gebruik willen maken van de opkoopregeling voor melkvee en dus stoppen met hun bedrijf. Het hoe en waarom van deze regeling is bar ingewikkeld om uit te leggen. Resultaat is wel dat de andere melkveehouders daarmee een klein beetje meer ruimte hebben om hun bedrijf in afgeslankte vorm voort te zetten. Voor ons bedrijf geldt vooralsnog dat we de omvang van onze toch al bescheiden veestapel met ongeveer 10% moeten verkleinen. Het is bizar: binnen de regels van mestwetgeving (en zelfs die van de biologische sector) mogen we een hoeveelheid mest gebruiken, alsof we 30 koeien meer op stal zouden hebben. Die mest zouden we kunnen betrekken van andere rundveebedrijven. We moeten echter drie koeien afstoten, omdat die “teveel” zijn ten opzichte van 2 juli 2015, de peildatum.
Waar dit landbouwschip strandt? We gaan het zien. Grond, arbeid en kapitaal zijn productiefactoren, het wat ongrijpbare “omgeving” rekenen we hier in huis ook tot productiefactor. Regelgeving is ook “omgeving” . Grond hebben we genoeg, arbeid (= tijd) zoveel als we eraan willen besteden en soms een beetje meer. Kapitaal: wij en de bank hebben een fijne samenwerking… Maar die omgeving? We hebben altijd gedacht juist met die omgeving goed rekening te houden, door biologisch te produceren. Dat past bij ons en bij de klanten die we graag bedienen. Mensen die bewust kiezen om goed te eten. Het eten liefst uit de buurt. Lokaal. Lekker. Deze inkrimpingsregelgeving is echter algemeen verbindend verklaard en maakt geen uitzonderingen voor bedrijven met weinig koeien in verhouding tot de oppervlakte grond. Er zijn wel al rechtzaken aangekondigd om die uitzonderingspositie voor de bio-landbouw te verwerven. U begrijpt: we volgen dit nauwgezet. En nemen voorlopig nog geen besluit om een extra koe te slachten.

Nu kregen we toevallig onlangs een krant in handen uit 1967, vijftig jaar geleden. Met op de voorpagina, prominente plaats: PAKJE BOTER DUBBELTJE DUURDER.
De kiloprijs (af fabriek) werd verhoogd naar F 5,55. Guldens. Dus wat zal ie in de winkel gekost hebben? En dat afgezet tegen het gemiddelde maandloon? Maar laten we onze vingers niet branden aan discussies over inflatie of wat je over hebt voor eten. Of over wat je ervoor over moet hebben ( Elke week naar Leuth fietsen bijvoorbeeld) . Maar boeiender is dat dit nieuwtje een plaats kreeg op de voorpagina van de Volkskrant. Naast een artikel over de opkomst van D’66 (een serieus te nemen nieuweling in het politieke bestel volgens onze parlementaire correspondent) en een stukje over de afkondiging van de staat van beleg in Mongolië. Waar trouwens tegenwoordig Nederlanders proberen de veestapel te verbeteren en zuivelindustrie te vestigen. Maar dat terzijde. Zo’n krant heeft een hoog toen-was-geluk-heel-gewoon- gehalte.; Buiten huilt de wind om het huis. En binnen stond de kolenkit paraat. De prijs van boter was breaking news. Dat zegt iets over de gevoelde urgentie van de beschikbaarheid van goed eten. Hoe anders is dat nu. Goed eten is vanzelfsprekend beschikbaar tegen een veel geringer deel van het gemiddelde maandloon dan destijds. De urgentie ligt nu bij het in de benen houden van een veehouderij die vooral produceert voor het buitenland. Zo goedkoop mogelijk waarbij milieubelasting amper in rekening wordt gebracht. Het is ook geen voorpaginanieuws meer.

Wij zijn met ons kleine bedrijf en een lokale afzet nogal a-typisch. De regelgeving over de toegestane grootte van de veestapel maakt dat we het komend jaar minder efficiënt grond en kapitaal kunnen benutten dan dat we van plan waren. Het verdienmodel is immers koeien melken. En van die melk goed eten maken en verkopen. Er komt voorlopig helaas dus geen stalruimte bij. Eerst maar eens kijken wat het gaat kosten om meer koeien te willen houden. Voor nu moeten we iets anders verzinnen om de kasstroom op peil te houden. Wat we wel kunnen doen is het aanbod verbreden. Bijvoorbeeld biologische tuinaarde en mestcompost. (6,50 euro per zak van 40 liter) verkopen.

Genoeg gezeurd, over naar de leuke dingen...

De ooievaars zijn terug, de wilgen staan in bloei, het gras is weer groen en het stikt van de muizen in het land. Wat weer fijn is voor die ooievaars en de kerkuilen, die krijgen de muizenstand vast wel weer onder controle.
Het weerpraatje slaan we over. Volgende week komt er weer een stagiair ons helpen. Ditmaal uit India helemaal. Altijd weer bemoedigend als mensen van elders belangstelling hebben voor deze manier van boeren.

Wat staat er nog meer op stapel? Begin mei komt er weer een plantjesdag. Een vrijdagmiddag waarop iedereen eigen gekweekt plantgoed kan verkopen of ruilen. Dus voor wie altijd omkomt in de slaplantjes of wel heel veel vaste planten ziet opkomen in de tuin: kweek op, steek uit, pot op, neem mee en kom vooral dan naar Leuth. Hier gaan we ons best doen om zinnia’s en goudsbloemen te zaaien. Om vrolijk van te worden. U hoort er nog meer van.

Tot slot 18 JUNI OPEN DAG!

Januari 2017

December is voorbij, in januari zijn we weer blij…

De dagen lengen al. We kunnen terugkijken op een heel goed jaar, in veel opzichten. Wel raar weer vaak, maar telkens kwam het goed, werd het weer droog of ging het toch nog regenen. Dat is natuurlijk altijd al het aantrekkelijke van het landbouwersvak: rekening houden met wat het weer je biedt. Daar zo goed mogelijk op inspelen. Eindeloos weersvoorspellingen checken. We hebben er in het groeiseizoen altijd vier weersites voor aanstaan. Die spreken elkaar vaak tegen. En dan nóg worden we soms verrast. De beweiding is goed verlopen, daar zijn we tevreden over. Ook 30 december nog gingen de melkkoeien even de poten strekken in de wei bij de stal. De laatste resten te lang gras op de percelen aan de andere kant van de weg worden nu opgegeten door een koppel schapen. Wilbert Verriet kwam met die veertig wolletjes doodleuk over straat aanlopen, begeleid door zijn bordercollies en wat extra hulp. Prachtig dat we in een gebiedje wonen waar dat kan. Althans, tot nog toe. Verder hebben we afgelopen jaar voorzichtig wat geïnvesteerd. De sloop van de oude veldschuur en het verharden van het het pad naar de vrijgekomen plaats, het aanbrengen van een trap op één van de hellingen in de potstal, wat geklust aan het woonhuis en nog wat kleine dingen.

Dat was terugkijken, nu de vooruitblik...

Komend jaar gaat het dak eraf. Letterlijk. We gaan aan de slag om de asbestdakbedekking van de potstal te laten vervangen door iets anders. Misschien met zonnepanelen, misschien niet. Als we dan toch bezig zijn, het wordt ook tijd dat de tl-verlichting vervangen wordt door ledlampen. Of het dit jaar allemaal lukt, ligt onder andere aan hoe prettig de gesprekken met onze financierder verlopen, want het benodigde bedrag hebben we niet liggen in een sok ofzo. Bij de oudjaarstrekking van de staatsloterij is helaas iets misgegaan. We hebben niets gewonnen.

En dan zou het bijzonder fijn zijn als ons oude tractortje het nog een poosje blijft doen en de afwasmachine in de zuivel niet komt te overlijden. Een machine die al 28 jaar vrijwel dagelijks aan het werk is (tweedehands gekocht dus) maar die gewoonlijk met 15 jaar wel met pensioen mag. We zijn er maar heel aardig tegen, dat helpt vast. Marc groet ’s morgens de dingen, ik groet mijn afwasmachine.

Kosten gaan voor de baten uit. Nu we kosten moeten maken (asbestsanering is verplicht, werkende verlichting is noodzakelijk) gaan we de baten ook een beetje verhogen. Omslachtige manier van zeggen dat de prijzen verhoogd worden. Niet veel hoor, een paar cent per product

Genoeg weer, we danken u voor uw aandacht en de klandizie!